Van Tilburg naar de Chinese woestijn: zo komt een besturing tot leven
Dit project in een notendop:
- Eltra bouwt de complete besturing voor een aardappelvlokkenlijn in China
- De elektrakast wordt in Nederland gebouwd en getest, waarna deze per boot naar China gaat
- Op locatie begeleidt Eltra de installatie en inbedrijfstelling: twee keer 25 dagen in de woestijn
- De fabriek draait inmiddels en wordt nu uitgebreid met een tweede productielijn
Midden in de Chinese woestijn staat een gloednieuwe aardappelvlokkenfabriek. De machines worden gebouwd door een machinebouwer, maar het is Eltra die ze slim maakt. Eltra ontwerpt en bouwt de complete besturing: de elektrakast waarin alles samenkomt wat de machine aanstuurt. In Nederland wordt die kast gebouwd en getest. Daarna gaat alles op de boot naar China, waar een engineer van Eltra de installatie op locatie begeleidt. Joey Vingerhoets is Service & Inspection Engineer bij Eltra en was twee keer ter plekke om de installatie draaiend te krijgen. Hij vertelt hoe dat eraan toegaat.
Welke rol heeft Eltra in dit project?
“De machinebouwer maakt de machine, maar wij brengen er leven in. De elektrakast bevat alle aansturingen voor de complete productielijn. Voordat die kast op transport gaat, wordt alles in Nederland uitvoerig getest. Dat gebeurt in stukjes: met simulaties wordt gecontroleerd of sensoren goed binnenkomen, of systemen juist reageren en of de software doet wat ze moet doen. Je test hier of de software overeenkomt met de hardware. Echt functioneel testen doe je pas op locatie.
Als de kast is goedgekeurd, gaat alles op de boot. Dat duurt een paar maanden. Eerst gaat de machinebouwer erheen om de mechanische onderdelen op te bouwen. Zodra dat bijna klaar is, komt Eltra voor de elektrische installatie: kasten plaatsen, kabelgoten en kabels leggen, sensoren aansluiten. Het installatieteam is van de klant. Eltra doet de supervisie. Wij begeleiden, beantwoorden vragen en halen problemen eruit. We zorgen ervoor dat het goed komt.”
Hoe ziet zo’n uitzending naar China eruit?
“Je zit daar 25 dagen. Anderhalve dag ben je heen en terug aan het reizen. Het is een flinke reis. In dit geval woon je ook op het fabrieksterrein, in een eenvoudige maar prima huisvesting. Je eet in de bedrijfskantine, vaak samen met de bedrijfsleiding of zelfs de directeur. Op vrije dagen neemt de klant je ergens mee naartoe. We zijn een keer naar de aardappelboer geweest, om te zien hoe ze dat daar doen. Ook hebben we een tempel bovenop een berg bezocht, en we zijn een keer naar een stuwdam geweest die speciaal voor de landbouw is aangelegd.
De omgeving is bijzonder. De Chinese overheid heeft een gebied dat twee keer zo groot is als Nederland omgebouwd tot landbouwgebied, midden in de woestijn. De fabriek staat vlak bij de aardappelverbouwing. Ze gaan uiteindelijk ook zelf groene energie opwekken en zetten die om in stoom. Nu de eerste lijn draait, wordt er een tweede productielijn naast gelegd om de capaciteit te verdubbelen.”
“Er zijn altijd dingen waar je als engineer geen invloed op hebt. Je moet dan flexibel zijn en meegaan in hoeverre het kan. Je schakelt, je lost het op, en je gaat door.”
Wat zijn de grootste uitdagingen?
“De taalbarrière was op het begin wel één van de grootste uitdagingen. Het personeel spreekt niet altijd even goed Engels als wij. Creatief communiceren is daarom wel essentieel. Daarnaast waren de omstandigheden op locatie niet altijd makkelijk. Bij het eerste bezoek zaten er nog geen ramen en deuren in de fabriek. Midden in de woestijn waaide het zand gewoon naar binnen. Bij het tweede bezoek vroor het 13 graden en lag er een laagje ijs op de machine.
En dan zijn er de dingen waar je als engineer geen invloed op hebt. De stroomaansluiting zou door de overheid worden aangelegd, maar dat gebeurde te laat. Stoomleidingen waren nog niet af. Je moet dan flexibel zijn en meegaan in hoeverre het kan. Bij het tweede bezoek kon er eindelijk getest worden, maar een motor wilde niet aanslaan. Er moest iemand van de leverancier van de frequentieregelaars geraadpleegd worden om het op te lossen. Dat hoort erbij. Je schakelt, je lost het op, en je gaat door.”

Wat maakt dit werk uiteindelijk zo bijzonder?
“Je ziet dat je op die plek echt iets tot leven aan het wekken bent. Wekenlang testen in Nederland, maanden wachten op transport, en dan op locatie alles aan de praat krijgen. Persoonlijk vind ik het altijd leuk om in het veld bezig te zijn. Een bureau als werkplek is leuk voor een paar weken, maar daarna wil je lekker het veld in.
Naast het werk is er ook de menselijke kant die me extra stimuleert in dit soort opdrachten. Humor is een goed voorbeeld: je komt tot de ontdekking dat humor namelijk niet altijd een taal nodig heeft. Zo komt de connectie er uiteindelijk toch vanzelf. Een volgend tripje staat nog niet op de planning, maar ik sta er zeker voor open om nog een keer terug te gaan.”
